Ga direct naar de hoofdnavigatie Ga naar de hoofdinhoud Ga direct naar de hoofdnavigatie Ga direct naar zoeken

Modehuizen

Eigen stof meenemen

Het distributiesysteem betekent voor de winkels, net als voor hun klanten, veel extra administratie. Medewerkers moeten bonnen innemen, op vellen plakken, naar het distributiekantoor sturen en op basis daarvan mogen ze weer kleding of stof inkopen. Bij de meeste modehuizen mogen klanten eigen stof meenemen waarvan een kledingstuk wordt gemaakt. Dat kost dan geen extra bonnen.

Mededeling van Hirsch & Cie over het meenemen van eigen stof.
Mededeling van Hirsch & Cie over het meenemen van eigen stof.
Modehuis Gerzon in Amsterdam.
Modehuis Gerzon in Amsterdam.

Joodse modehuizen

Veel modehuizen in Nederland waren rond 1900 opgericht door Duitsers van katholieke of Joodse komaf. Vanaf oktober 1940 worden Joodse bedrijven geregistreerd. Korte tijd later worden directie en medewerkers ontslagen en nemen Verwalters de zaak over. Een Verwalter beheert de zaak tot er een koper is, of hij wordt zelf de eigenaar. Soms worden zaken helemaal leeggeroofd en opgeheven. Vanaf 1942 worden de Joden naar concentratiekampen gedeporteerd, waar velen worden vermoord.

De laatste serie modefoto's van Hirsch & Cie.
De laatste serie modefoto's van Hirsch & Cie.

Hirsch & Cie - Stof van u… coupe van Hirsch!

  • Geopend: 1882
  • Locatie: Leidseplein in Amsterdam
  • Oprichters: Sally Berg en Sylvain Kahn, beiden Joods
  • Wat: haute couture op maat
  • Directie in 1940: Arnold Kahn, René Kahn en Robert Berg
Het gebouw van Hirsch & Cie aan het Leidseplein in Amsterdam.
Het gebouw van Hirsch & Cie aan het Leidseplein in Amsterdam.

Gearresteerd

In 1940 staan Arnold Kahn, René Kahn en Robert Berg aan het roer van modehuis Hirsch & Cie, één van de meest toonaangevende modehuizen van Nederland. Arnold Kahn houdt op oudjaarsavond 1940 een toespraak voor het personeel, waarin hij het Nederlanderschap van de Joodse directie benadrukt en zegt trots te zijn op zijn Joodse afkomst. Daarop wordt de directie van Hirsch gearresteerd. René en Robert worden na drie weken vrijgelaten, maar Arnold komt in concentratiekamp Buchenwald, waar hij in mei 1941 sterft. René en Robert duiken onder en overleven de oorlog.

 

Arnold Kahn
Arnold Kahn
Interieur van Hirsch & Cie.
Interieur van Hirsch & Cie.

Op weg naar de gaskamers

“Korte tijd later werden Robert Berg en ik als directeuren ontslagen”, schrijft Rene Kahn in 1966 in zijn memoires. “Ongeveer 2 jaar later (…) werd ik opnieuw gearresteerd, omdat ik mij in een niet-Joodse woning bevond. Ditmaal (…) om definitief via Westerbork doorgestuurd te worden: einddoel: Poolse gaskamers.”

Gered uit Westerbork

“(…) met niet-aflatende volharding heeft mijn vrouw (…) mijn vlucht uit Westerbork voorbereid (…) Dat was geen kleine onderneming: ik werd toen naar de boerderij van Zeeburg in Doornspijk gebracht, waar ik vrouw en kinderen weer na vele maanden in mijn armen kon sluiten. Wij blijven er tot de bevrijding (…).”

René Kahn met familie. Voor hem zijn dochter Rose-Mary
René Kahn met familie. Voor hem zijn dochter Rose-Mary

Na de oorlog

Rose-Mary Weijel-Kahn (dochter van René Kahn): “Hirsch was zo leeg geplunderd dat mijn vader [na de oorlog] van nul af aan moest beginnen. Dat heeft hij gedaan. Eerst in de Kalverstraat, na een paar jaar keerden we terug naar het Leidseplein. Maar ’t is nooit meer geworden wat het geweest was.”

Gerzon - uw modehuis

  • Geopend: 1889 als manufacturenwinkel, vanaf 1911 als damesmodezaak
  • Locatie: Amsterdam, later vestigingen door heel Nederland en in Nederlands-Indië
  • Oprichters: de Joodse broers Lion en Eduard Gerzon
  • Wat: kleding op maat en confectie
  • Directie in 1940: Arthur Marx, Jules Eduard Gerzon en George Hecht
Personeel van Gerzon. De directeuren zitten op de voorste rij.
Affiche van een modeshow van Gerzon in Diergaarde Blijdorp in Rotterdam.
Affiche van een modeshow van Gerzon in Diergaarde Blijdorp in Rotterdam.

Modeshows in de dierentuin

In 1941 en 1942 organiseert Gerzon nog modeshows in de dierentuin in Rotterdam. Het bedrijf staat dan onder leiding van de begin januari 1941 aangestelde Verwalter de heer F. Schönherr. In 1942 worden “de nieuwste Berlijnse en Weense modellen getoond”, aldus het polygoonjournaal dat verslag doet van de modeshow.

Puntenkaart ontoereikend
De getoonde kleding staat ver af van wat er nog in de winkels te koop is. “Voor gracieuze vrouwen is de puntenkaart ontoereikend” kopt het Rotterdamsch Nieuwsblad naar aanleiding van de show.

Ontslagbrief van Arthur Marx.
Ontslagbrief van Arthur Marx.

Vervolging directie en medewerkers

De Joodse directie en medewerkers zijn dan al ontslagen. “Ik werd op staande voet ontslagen, moest onmiddellijk het gebouw verlaten en mocht het niet meer betreden. Schönherr (…) dicteerde een brief aan de Gestapo , waarin verzocht werd mij te arresteren, maar door de goede zorgen en vaderlandslievendheid van de correspondente is deze brief nooit verstuurd en zodoende ontsprong ik de dans”, vertelt Freddy Hecht, zoon van een van de directeuren.

Na de oorlog

Freddy overleeft de oorlog. Jules Eduard Gerzon overlijdt tijdens een barre vluchttocht in Portugal. Directeur Arthur Marx overleeft concentratiekamp Theresienstadt. Bijna 300 Joodse medewerkers van Gerzon overleven de oorlog niet. Na de oorlog gaat Gerzon door, maar de bloeitijd van het modehuis is voorbij.

C&A…is toch voordeliger

  • Geopend: 1841
  • Locatie: Sneek, later vestigingen door heel Nederland en in Engeland en Duitsland
  • Oprichters: de Duitse broers Clemens en August Brenninkmeijer
  • Wat: betaalbare confectiekleding
  • Directie in 1940: zes Brenninkmeijers vormden de directie van de Nederlandse tak van C&A
Clemens en August Brenninkmeijer.
Clemens en August Brenninkmeijer.

Samenwerking met de nazi's

C&A heeft het als niet-Joods bedrijf minder moeilijk dan modehuizen als Gerzon en Hirsch & Cie. Het filiaal in Rotterdam brandt tijdens het bombardement van 14 mei 1940 uit, maar de andere Nederlandse vestigingen komen de bezettingstijd vrij goed door, onder andere dankzij samenwerking met het nazi-regime.

 

C&A in Den Haag, 1948.
C&A in Den Haag, 1948.
Hermann Göring.
Hermann Göring.

Voor de oorlog

In Duitsland is de nazi-partij sinds 1933 aan de macht. C&A profiteert in Duitsland van de gedwongen sluiting van Joodse modehuizen door hun panden over te nemen voor een zeer lage prijs. Ook zoekt de directie contact met de top van het nazi-regime. Zo krijgt Hermann Göring meerdere cadeaus toegestuurd.

Arnold Brenninkmeijer, in 1940 voorzitter van de directie van C&A Nederland.
Arnold Brenninkmeijer, in 1940 voorzitter van de directie van C&A Nederland.

Duitse bezetting

Tijdens de bezetting van Nederland stelt ook C&A Nederland zich welwillend op tegenover de bezetter. C&A schenkt geld aan nationaalsocialistische hulporganisaties. Desondanks worden in de loop van de bezetting veel medewerkers van C&A gedwongen om in Duitsland te werken en wordt het filiaal in Amsterdam op de Nieuwendijk in 1943 in beslag genomen door het Duitse leger. Tegen het eind van de oorlog gaat de fabriek van C&A Nederland, net als in Duitsland, uniformen produceren voor de Duitse luchtmacht.

Na de oorlog

De directie van C&A verzwijgt na de oorlog deze geschiedenis lange tijd, tot een aantal jaren geleden. “Het was opportunisme. Ik denk dat mijn familie zich zo concentreerde op de zaak, dat ze daarbij onze eigen waarden uit het oog hebben verloren en ethisch foute beslissingen namen. Ik wou dat het anders was”, aldus een nazaat van de familie.

 

Meer artikelen uit dit dossier

Er is veel meer te vertellen over dit onderwerp. Lees snel verder op onderstaande pagina's.