Ga naar de hoofdcontent

Johannes (Jo) Kapteyn

Giessendam, 24 januari 1908 – Dachau, 8 augustus 1942

Jo Kapteyn was gereformeerd predikant. Hij waarschuwde in de kerk en christelijke organisaties tegen het nazisme en bad publiekelijk voor de terugkeer van de naar Engeland uitgeweken Koningin Wilhelmina. Hij werd opgepakt op 26 februari 1942.

Gevangenissen en kampen

  • Huis van Bewaring, Groningen (26 februari 1942), 
  • Strafgevangenis ‘Oranjehotel’ Scheveningen (10 april 1942), 
  • Polizeiliches Durchgangslager Amersfoort (11/12 april 1942), 
  • Strafgevangenis ‘Oranjehotel’ Scheveningen (28 april 1942), 
  • Gevangenis Kleef (16 mei 1942), 
  • Concentratiekamp Dachau (19 juni 1942). 
  • In Dachau omgekomen op 8 augustus 1942.
Dachau-nummer: 30493
Portretfoto van Jo.

Weigering

Jo’s Duitse ondervragers eisten dat hij nooit meer publiekelijk voor de terugkeer van de Koningin zou bidden. Dan zou hij vrij komen. Jo weigerde dat te beloven. Hij aanvaardde de gevolgen hiervan in de vaste overtuiging dat God voor hem zorgde.
 

Alleen de envelop

In Dachau moest Jo zwaar grondwerk verrichten. Hij werd afgebeuld en had ernstige wonden aan zijn handen en voeten. Hij hunkerde naar een bericht van zijn vrouw Thelma, maar toen zij een brief had gestuurd mocht hij die niet lezen. Hij kreeg alleen de envelop. Jo verdroeg deze kwellingen door zijn geloof in God. Ook kreeg hij veel steun van de katholieke geestelijke Titus Brandsma, met wie hij bevriend was geraakt in kamp Amersfoort.
 
Door de slechte behandeling raakte Jo volkomen uitgeput. Op 5 augustus 1942 werd hij opgenomen in de ziekenbarak waar hij drie dagen later overleed. 
De bijbel zoals beschreven in de tekst.

Bijbel

Jo heeft in de gevangenis in Kleef voorin zijn bijbel een stuk geschreven uit de Catechismus, een gereformeerde geloofsbelijdenis. Het is het antwoord op de vraag: ‘Wat is uw enige troost, beide in het leven en sterven?’ Jo putte kracht uit deze tekst. Zijn sterke geloof hielp hem de ontberingen te dragen. 

Trouwringen

In de gevangenis in Kleef schreef Jo aan zijn vrouw Thelma: ‘(…) ik word verteerd van verlangen naar jou en de kinderen (…).’ Na Jo’s dood kreeg Thelma zijn trouwring thuisgestuurd. Zij liet deze solderen aan de hare. In de ringen staan hun namen en trouwdatum gegrafeerd (Teus is Thelma’s officiële naam). Thelma droeg de ringen de rest van haar leven.

De trouwringen.

Meer artikelen uit dit dossier

Er is veel meer te vertellen over dit onderwerp. Lees snel verder op onderstaande pagina's.