Ga naar de hoofdcontent

Herman (Stuuf) Wiardi Beckman

Nijmegen, 4 februari 1904 – Dachau, 15 maart 1945

Stuuf was politicus van de Sociaal Democratische Arbeiders Partij (SDAP) en hoofdredacteur van de kranten van De Arbeiderspers. In de oorlog werd hij medewerker van verzetskrant Het Parool en lid van de illegale partijleiding van de SDAP. Stuuf deed een poging naar Engeland te komen (op verzoek van de Nederlandse Koningin en minister-president Gerbrandy) en werd daarbij gearresteerd op 18 januari 1942.

Gevangenissen en kampen

  • Strafgevangenis ‘Oranjehotel’ Scheveningen (18 januari 1942), 
  • Polizeiliches Durchgangslager Amersfoort (6 november 1942), 
  • Concentratiekamp Vught (januari 1943), 
  • Gevangenis Haaren (11 maart 1943), 
  • Polizeiliches Durchgangslager Amersfoort (september 1943), 
  • Concentratiekamp Natzweiler-Struthof (26 oktober 1943), 
  • Concentratiekamp Dachau (6 september 1944). 
  • Omgekomen in Dachau op 15 maart 1945.
Dachau-nummer: 103175
Portretfoto van Stuuf.

Steengroeve

Na aankomst in Natzweiler moest Stuuf, zoals de meeste nieuwkomers, werken in de beruchte steengroeve. Gevangenen hakten hier rode graniet voor beelden en bouwwerken in nazi-Duitsland en vergruisden steen voor de aanleg van wegen. Door het zware werk stierven velen van uitputting.
 

Ruilen met Stuuf

Medegevangene Arie van Soest, die niet in de groeve werkte, vreesde dat Stuuf zou bezwijken. Hij ruilde daarom zijn eigen relatief gunstige kampbaantje met Stuuf. Van Soest: ‘Ik moest er wel over denken, maar ik heb het gedaan. Ik had een groot respect voor Wiardi Beckman. Hij had alles om eventueel minister-president te worden.’
 

Eerbied

Stuuf overleed later in Dachau aan vlektyfus. Dat maakte diepe indruk op de Nederlanders. Medegevangene Ed Hoornik schreef: ‘Zij stonden in groepen bij elkaar, verbeten, ontroerd, zwijgend. Noch wij, noch Nederland kon hem missen. […] om zijn zielskracht, die ons sterkte, zijn karaktervastheid en oprechte handelwijze, die eerbied afdwongen, en om zijn talent en kennis die ons verrijkten.’

Dodenmasker

Na Stuufs overlijden in Dachau op 15 maart 1945 maakte de Poolse gevangene Stanisław Bieńka in het diepste geheim van zijn gelaat een dodenmasker. Het gips kon Bieńka regelen door sigaretten te ruilen die hij kreeg van Nederlandse gevangenen. De mal is door de Nederlanders verstopt en na de bevrijding door oud-gevangene Con Broers meegenomen en overhandigd aan Stuufs weduwe. Met de mal is dit afgietsel gemaakt. 

Dodenmasker van Stuuf

Meer artikelen uit dit dossier

Er is veel meer te vertellen over dit onderwerp. Lees snel verder op onderstaande pagina's.